KNIE

Het kniegewricht is het meest kwetsbare gewricht van ons lichaam.

Dit gewricht moet veel beweging toestaan en tegelijk met grote precisie functioneren terwijl er enorme krachten op worden uitgeoefend. 

De werking van de knie wordt dan ook vaak beschadigd bij valpartijen, verkeersongelukken, bij overbelasting en is sterk onderhevig aan slijtage.

Operatieve behandeling van de knie

Arthroscopie van de knie

 

De arthroscopische chirurgie van de knie.

In de meeste gevallen volstaat voor deze operatie een dagopname. Deze ingreep wordt ook wel kijkbuisoperatie genoemd. De patient krijgt naargelang zijn voorkeur een algemene verdoving of een peridurale verdoving. Er is geen verschil in risico tussen beide manieren van verdoving.

De peridurale verdoving gebeurt via een ruggeprik. De peridurale verdoving is aangeraden bij die mensen die de operatie willen volgen op een televisiescherm. Bij jonge patienten onder de 20 jaar zal al eens een vervelende hoofdpijn ontstaan die na een paar dagen verdwijnt. Bij mannen boven de 55 jaar kan deze verdoving een bestaand prostaatprobleem verslechteren en is daarom bij deze personen minder aangeraden.

Via meestal twee kleine insnedes worden de instrumenten ingebracht.

                                                  

Na inbrengen van meestal 2 buisjes met een doormeter van enkele millimeter kan een digitale minicamera worden gemonteerd. Met deze camera wordt in de knie gekeken. Nadat de eventuele letsels zijn vastgesteld, bijvoorbeeld een meniscusscheur, kruisbandletsel, kraakbeenletsel, gewrichtsplooi ... , wordt de behandeling onder cameratoezicht uitgevoerd langs het tweede buisje. 

                                                

 

De patient verlaat dezelfde dag het ziekenhuis. Volledige steunname is meestal toegelaten. Er zit een dik verband rond de knie waardoor zelf een auto besturen niet mogelijk is.

                                                                             

Na een paar dagen is er controle op de raadpleging. Indien nodig wordt dan kinésitherapie gestart.

 
Revalidatie na een arthroscopie

Na een operatie voor meniscusscheur, gewrichtsplooi of een gewrichtsmuis.

Bij zitten of liggen steeds het been gestrekt houden. Niets in de knieplooi leggen zelfs als dit in een aangename houding zou resulteren.

Na een paar dagen is er controle op de raadpleging. Het drukverband wordt dan definitief verwijderd. Verdere revalidatie hangt af van geval tot geval.

 

Het drukverband moet twee dagen aanblijven. Gedurende deze tijd moet de patient zich "rustig houden".  Best twee krukken gebruiken en steunen naargelang de pijn.  Indien geen pijn hoeven de krukken niet.

 

Bij een bediendenjob is er 1 tot 2 weken werkonbekwaamheid, bij een arbeider kan dat tot 4 weken oplopen. Sporthervatting met geleidelijke belasting na 2 weken.

Na een 5 dagen kan met de auto worden gereden.

 

Na een operatie voor kraakbeenletsels van de knieschijf.

Bij deze ingreep wordt vaak het buitenste knieschijfligament wat losser gemaakt. Dit resulteert in meer zwelling en meestal is een langere revalidatie noodzakelijk. Sporthervatting pas na 4 weken.

 

Na een Kruisbandoperatie.

Bij deze ingreep is een hospitalisatie van 3 tot 4 dagen noodzakelijk. De knie wordt immers de eerste dagen onder peridurale verdoving in beweging gehouden op een speciaal toestel. De patient mag het ziekenhuis verlaten zodra hij zonder verdoving de knie 90° kan plooien en volledig kan strekken. Bij ontslag uit het ziekenhuis moet bij het wandelen een speciale "kniebrace" worden gedragen gedurende 3 maanden. Daarna nog gedurende 3 maanden bij het sporten. Sporthervatting met geleidelijke belasting is meestal mogelijk na 4 weken.

 
De totale knieprothese

Totale knieprothesen zijn de laatste jaren fel verbeterd.
Hun design is aangepast aan de natuurlijke vorm van het gewricht, de knie is stabiel en er is een goede bewegelijkheid.
De gemiddelde levensduur van een dergelijke prothese is bijna identiek aan die van een totale heupprothese. De levensduur is vooral afhankelijk van de leeftijd van de patient. Jonge mensen zullen hun prothese sneller verslijten door bijvoorbeeld bepaalde sporten. Bij de oudere mensen speelt de botconditie en de mate van osteoporose een rol. De meeste studies geven een gemiddelde levenduur van meer dan 15 jaar.


 

                                                                                                                 

De ingreep gebeurt onder continue peridurale verdoving. De patient krijgt gedurende de ingreep bijkomend een lichte algemene verdoving zodat hij de operatie niet bewust meemaakt. Door de peridurale verdoving tot 2 dagen na de ingreep te behouden wordt de pijn na de operatie sterk onderdrukt. Deze verdoving maakt ook een snelle revalidatie mogelijk.  Dankzij de maximale pijnstilling kan de knie snel worden geoefend op een kinetec, dit is een toestel dat het gewricht automatisch doet bewegen op een gecontrolleerde manier.

De meest gevreesde complicatie bij het plaatsen van een knieprothese is een infektie door microben van de prothese. Om de kans op infektie te beperken worden meerdere maatregelen genomen.

Juist voor de operatie, gedurende en na de ingreep worden sterke maar breed werkende antibiotica via een baxter gegeven. Deze behandeling wordt beperkt tot 3 giften om de resistentievorming te beperken. 

De operatieduur wordt beperkt.  Bij een gewrichtsprothese werk ik steeds in team met de assistent en een verpleegkundige gespecialiseerd in de te plaatsen prothese. Door dit teamwerk kan de operatieduur meestal worden beperkt tot minder dan een uur.

 

Bij knieprothesen gebruik ik steeds "B.E.S." pakken.  Dergelijke kledij is heel gewoon in de USA, maar wordt weinig gebruikt in Europa.

 

Het gebruik van deze kledij beperkt mede de kans op infektie gedurende de operatie. Het hele pak en het vizier zijn steriel. Bij ongewild contact met de knie of de instrumenten is er geen overdracht van microben.                                                        

Deze ruimtepakken beschermen onszelf bij operaties bij patienten geinfecteerd met ziekenhuisbacterien, hepatitis of AIDS.  Bovendien wordt zo de overdracht naar andere gezonde patienten beperkt.

 
Revalidatie "totale knieprothese"

De totale knieprothesen zijn de laatste jaren veel verbeterd.

Hun ontwerp is aangepast aan de natuurlijke configuratie van het gewricht, de knie is stabiel en flexie is mogelijk tot 130 graden.
De gemiddelde levensduur van de prothese benadert die van de heupprothese.

Het is een belangrijke en ingewikkelde behandeling.
Dikwijls is een (auto-) bloedtransfusie nodig. 
De hospitalisatieduur is meestal 5 tot 7 dagen.

Er kan een algemene of loco-regionale (peri-duraal) anesthesie gekozen worden. . 

Revalidatie wordt opgestart de dag na de operatie,
met behulp van onder andere, gemotoriseerde atelles. Het stappen wordt hernomen na de 3de of 4de dag.

 

Indien de patient thuis geen trappen hoeft te gebruiken kan hij na een week het ziekenhuis verlaten. Wanneer wel trappen noodzakelijk zijn is een paar dagen langere hospitalisatie noodzakelijk.

 

Eens thuis kan men zonder krukken in de woning wandelen. Na 2 tot 3 weken kan de patient ook buiten de woning zonder krukken lopen.

 

Kinesitherapie is noodzakelijk gedurende 4 tot 8 weken.

 

Na ongeveer 3 maand is er een normale loopafstand en na 6 maanden is de knie volledig gerevalideerd. Langdurige kniezit blijft af te raden, maar verder is er geen beperking. Sportbeoefening wordt aangemoedigd.

De verbetering van de gewrichtsfunctie is erg significant en de tevredenheidsgraad van de patiënten zeer hoog. De levensduur van de hedendaagse prothesen overstijgt met 90 % de 18 jaar.

 

Bij de huidige prothesen wordt rekening gehouden met een mogelijke vervanging door slijtage. Het plaatsen van een nieuwe protheze is daardoor fel vergemakkelijkt en geeft meestal een evengoed resultaat dan de vorige.